Er zijn geen woorden voor, meedoen aan de Roparun. Toch ga ik een poging wagen.
Om de vele foto's te illustreren, die te vinden zijn op
www.roparun.nl en onze teamwebsite
www.thiemekobaltteam.nl.
De aanloopAllereerst waren daar de zenuwen. In de dagen voorafgaand aan de Roparun, trok mijn maag af en toe samen. Waar was ik aan begonnen? Was ik wel sterk genoeg voor deze sportieve uitdaging, zowel fysiek als mentaal? Het is tenslotte niet niks om met een snelheid van 11,2 km/uur bijna 48 uur lang een achtste van 530 kilometer te gaan rennen en daarnaast ook nog eens kilometers lang te fietsen op een fiets die niet de jouwe is. En dat met maar weinig kans op slapen tussendoor. Maar wie A zegt moet ook B zeggen. Dus trof ik mijzelf op de ochtend van vrijdag 29 mei aan op het parkeerdek van Thieme MediaCenter Rotterdam, waar ons team zich verzamelde voor een gezamenlijk vertrek naar Parijs. De gehuurde busjes werden voorzien van de logo's van alle sponsoren die meer dan á € 2.500 hadden gedoneerd, de aanhangwagen werd volgestouwd met een aggregaat, kookpitten en bergen eten en drinken. De wegbrengers werden nog eens flink geknuffeld.
Paris by nightTeamcaptain Jan Tooms, had voor de vrijdagavond een hotel voor ons geboekt in Le Blanc-Mesnil, enkele kilometers verwijderd van de startlocatie van het evenement. Niet echt een gezellige buurt om uit eten te gaan. Margriet Brink, een van de loopsters uit het team, had daarom in Quartier Latin een sfeervol Italiaans restaurant besproken, waar we voor een prima prijsje de benodigde koolhydraten tot ons konden nemen. Onderweg konden we een blik op de Notre Dame en de Seine werpen voor sommigen de eerste keer. Dat gaf het gevoel toch eventjes in Parijs geweest te zijn. Terug in Le Blanc-Mesnil bleek de hotelbar al gesloten. Een goede reden om bijtijds het bed in te duiken.
Stress voor de startDe volgende ochtend werd het plan opgevat om de fietsers op eigen sap naar de startlocatie te laten vertrekken. Dan konden ze alvast even warmdraaien. Helaas bleek de routebeschrijving van het hotel niet betrouwbaar en kwamen de fietsers pas na uren op de plek van bestemming aan. Stress alom, en de Roparun moest nog beginnen!
Het uur UEn toen was het zo ver: 17.10 uur, de starttijd van ons team. Ik had het geluk om als eerste in actie te mogen komen. Na een door Wim Geels verzorgde warming-up, de warme gelukwensen van mijn teamgenoten en wat zenuwachtig heen en weer gespring, schoot ik bij het horen van het startschot onder de Roparun-boog door. Medelopers Wim Geels en Arthur ten Have voegden zich op de fiets bij me, onder aanvoering van Lenard Wolters. En daar gingen we…. op weg naar Rotterdam. Waarom Wim en Arthur op de fiets zaten? Omdat er tijdens de eerste negen kilometer van de route geen busjes op het parcours mochten komen. We begonnen de Roparun dus met ieder drie kilometer lopen en zes kilometer fietsen. Lenard wees ons als voorfietser de weg onder een strak blauwe hemel.
StrategieDat brengt me op ons plan van aanpak. Ons team bestond uit een teamcaptain, acht lopers, zes fietsers, waaronder twee voorfietsers/kaartlezers, twee masseuses, drie chauffeurs, twee koks en een mottorrijder. De lopers, de fietsers en de masseurs waren verdeeld over twee busjes. Laten we die voor het gemak ‘busje 1’ en busje 2’ noemen. De koks Wilna Crielaard en Abdul Chay werden vervoerd door een grotere bus met aanhanger, waarin ook de spullen voor de nacht en de inrichting van ‘het kamp’ waren ondergebracht. Terwijl de lopers en fietsers van busje 1 aan het rennen/fietsen waren, rustten de inzittenden van busje 2 en vice versa. Kees van der Wind, de bestuurder van de grote bus met aanhanger, zocht ondertussen in de buurt van de wisselplaats een plek om te koken en in te richten als slaapplaats.
Toen Wim, Arthur en ik de eerste negen kilometer hadden afgelegd, troffen we dus ons busje, busje 1, bestuurd door Harm Tersteeg, met daarin de vierde loper van ons busje, Jeroen van der Valk, en de twee ‘echte’ fietsers: Sonja Kottman en Daniel Duindam. Wim zette het op een rennen, Sonja nam haar fiets van mij over, de extra fiets ging in de achterbak, Lenard koerste rustig verder en wij doken de bus in om fietser Daniel Duindam en masseuse Margreet Nijhof gezelschap te houden. Vanaf dat moment wisselden we om de twee kilometer van loper en ongeveer om de 20 kilometer van fietser. En dat ongeveer vijf uur lang, tot het moment dat busje 2 het van ons overnam. Dat busje werd bestuurd door Paul Krijgsman en had als inzittenden: lopers Margriet Brink, Danny van der Heiden, Reggy Rumawatine en Edwin Wolffers, fietsers Ton Jakobs, Robert van Renswoude en Peter Roes (voorfietser en kaartlezer) en masseuse Inge Bakker. Teamcaptain Jan Tooms zat nu eens in busje 1, dan weer in busje 2.
Mottorrijder Aart van Assen trok zijn eigen plan. Achterop had hij filmer en fotograaf Marcel Ruijken van ZAPPtv, die opnames van ons team maakte.
AgricultuurAl snel lieten we de voorsteden van Parijs achter ons en werden we omringd door heuvellandschap met uitgestrekte velden, afgewisseld met heerlijk ruikende bossen. Gelukkig wist de uit Twente afkomstige Margreet Nijhof te vertellen hoe al dat groens heette. De stadsmensen onder ons, waaronder ikzelf, hadden moeite om het uitgebloeide koolzaad te onderscheiden van gewone kool en aardappelplanten. Ook weet ik nu wat “tweede snit†betekent.
SlaaptekortHet eerste kampement bleek bijna een uur rijden van de wisselplaats af te liggen. Gelukkig konden we daar meteen aanschuiven voor een heerlijk bord met rijst, kip en groenten. Voor slapen bleef echter maar weinig tijd over; we moesten daarna nog een heel end rijden naar onze volgende startplaats. Die korte periodes van rust maken de Roparun tot een zware beproeving. Ik geloof dat ik in die 48 uur maar een uur of vijf heb geslapen. Een daar wordt een mens natuurlijk wel eens kribbig van. En dat leidt af en toe tot irritaties. Gelukkig had het teamgevoel en de humor de overhand; Ik kwam meerdere keren bijna niet meer bij van het lachen.
NachtklachtenZo soepel als het rennen overdag ging, zo pittig vond ik het ’s nachts. In de korte periodes waarin ik als loper in het busje op mijn beurt zat te wachten, koelden mijn spieren zodanig af, dat ze daarna nauwelijks meer in beweging wilden komen. Het opwrijven van mijn beenspieren langs de kant van de weg door Margreet was dan ook broodnodig. Toen later ook mijn bilspieren begonnen op te spelen, was ze niet te beroerd om ook die een flinke tik te geven. Wat daar tegenover stond, was de zonsopgang die we meemaakten. Het is gewoon overweldigend om het steeds lichter te zien worden, de nevel te zien optrekken, rond 4 uur ’s morgens een koor van vogels te horen en uiteindelijk een oranje bol aan de horizon te zien opstijgen. Eén met de natuur, Aurora!
Even bijkomenNa de tweede sessie van vijf uur rennen, bleek ons busje eerder in de buurt van een potentiële kampeerplaats te zijn dan de grote bus met aanhanger, die erg om moest rijden. Brutalen hebben de halve wereld. Op goed geluk ben ik daarom in het Noord-Franse Sebourg camping ‘Notre Chaumière’ binnengestapt met het verzoek of we daar een paar uurtjes gebruik mochten maken van hun faciliteiten. Dat mocht, zelf voor niets! Wat was het fijn om even te kunnen douchen, al was het water koud. En wat smaakten de roereieren met spek van Abdul goed op dat rustige plekje voor onszelf! In de aangeschafte partytent zijn we vervolgens, liggend op een matje, heerlijk bijgekomen. ‘Notre Chaumière’, hartelijk dank!
Pech onderwegIn busje 2 verliepen de zaken ondertussen minder voorspoedig. De knie van loper Danny van der Heiden was zodanig gaan opspelen dat verder rennen geen optie was. Fietser Ton Jakobs, ook een ervaren loper, had zijn plaats ingenomen maar kreeg last van een oude kwaal aan zijn heup. Teamcaptain Jan Tooms zag zich daarom genoodzaakt om zich als vierde loper van het busje op te werpen. Gelukkig is onze Jan een enorme Sport-Billy dus met de gemiddelde snelheid van de lopers van busje 2 zat het wel goed.
Later strekte de pech zich uit tot ons eigen busje: Jeroen kreeg pijn aan zijn rechterkuit. Daniel verruilde daarom met enige regelmaat zijn fiets voor zijn hardloopschoenen om hem wat extra rust te geven. Petje af voor Daniel!
CadansOm de snelheid erin te kunnen houden, maakte Jan de lengte van de shifts steeds korter. Eerst liepen we vijf uur achter elkaar. Dat werd teruggebracht tot drie uur, naarmate we de finish naderde, met nog minder pauze tussendoor als gevolg. Ook het aantal kilometer dat de lopers achter elkaar liepen, werd verminderd van twee naar anderhalf en soms één. Gelukkig had ik tijdens het lopen een lekker ritme gevonden. Het tellen van mijn ademhaling hielp daarbij. Hardlopen is voor mij dan ook een soort meditatie. Hoofd uit en lopen maar!
ClochardsOnze volgende slaapplaats was een stuk minder idyllisch. Dit keer hadden we ons kamp pal aan de Roparun-route opgeslagen, zodat er geen tijd verloren zou gaan met het rijden van en naar het wisselpunt. Als gevolg daarvan lagen we op matjes in een perkje naast de parkeerplaats van een supermarkt in het Belgische Dendermonde. Het verkeer zoefde op nog geen 20 meter langs ons hoofd. Wim Geels, droogjes vanuit zijn gebloemde slaapzak: Het is maar goed dat mijn moeder me zo niet ziet. Die zou zeggen: Man, Wat ben jij diep gezonken!
Het ernaast gelegen pompstation, waar we tijdens een van onze trainingsdagen zo vriendelijk waren geholpen, was helaas gesloten. Voor het toiletteren waren we dus aangewezen op het plaatselijke Chinese restaurant, dat heel handig het bordje "Toilet 0,30" na een paar bezoekjes van onze kant verving door Toilet 0,50".
Vorstelijk onthaalVan het ene uiterste vielen we een paar uur later in het andere. In Belgische plaatsjes als Zele werden we als vorsten ontvangen. De hele bevolking was uitgelopen, van jong tot oud in het oranje gehuld. Bandjes stonden te spelen, Hollandse liederen werden aangeheven en er werd gedanst. Iedereen wilde ons de hand schudden. Van de aankleding van de stad was veel werk gemaakt. Door de plaatselijk brandweer was een enorme molen in elkaar geklust, waar de lopers en fietser doorheen werden geleid. Her en der waren typisch Nederlandse taferelen nagebouwd en afbeeldingen van prominente Nederlanders zoals Willem-Alexander en Maxima sierden de huizen en spandoeken ter aanmoediging van de Roparunners hingen boven de straten. Bij wijze van cadeautje en ludieke actie werd ons busje bovendien gratis gewassen. We keken onze ogen uit! Arthur ten Have, die in Zele aan de beurt was: "Met een brede grijns op mijn gezicht liep ik 15 kilometer per uur. Alsof het niets was. Ik werd gewoon gedragen door de energie van de bewoners van Zele".
GekkigheidNa Zele hield het eigenlijk niet op: in de meeste plaatsen, die we doorkruisten, was veel aandacht voor de Roparun. Met Ossendrecht en Bergen op Zoom als hoogtepunten. Daar leek het wel carnaval. Ik heb toeschouwers gezien die waren verkleed als Napoleon en zijn familieleden, een nagebouwde Franse douane van een eeuw geleden met bijbehorende douanier en douaniëre, plakjes peperhoek die boven het fietspad bungelden, zodat de Roparunners konden koekhappen. Niets was te gek. En dan al die families die op hun campingstoelen op straat zaten te ontbijten of lunchen. En maar klappen als er Roparunners voorbij kwamen. Echt waanzinnig tof en hartverwarmend.
De laatste loodjesDe laatste 35 kilometer tot aan de finish waren voor de lopers van busje 2. Op één na op de fiets welteverstaan; de busjes mochten niet meer op het parcours komen. Dus moesten de lopers elkaar vanaf de fiets afwisselen, terwijl Peter Roes de weg wees. Busje 1 reed na de laatste wissel naar Thieme MediaCenter Rotterdam, vanwaar de inzittenden samen met Kees, Wilna, Abdul, Inge, de overgebleven lopers en fietsers de metro namen naar de Coolsingel om aan te haken bij de rest van het team. Met z'n allen de finish over, anders zou het niet leuk zijn! Omdat het snikheet was, vroeg Jan twee lopers van busje 1 op de fiets de lopers van busje 2 te vergezellen, om hen te ondersteunen. Zo kon het gebeuren dat ik onverwachts rennend door Rotterdam ging, langs de Daniel Den Hoed kliniek. Daar had het personeel en een groot aantal patiënten zich buiten verzameld om de Roparunners toe te juichen. De omgekeerde wereld: wij liepen voor hen! Om emotioneel van te worden.
De finishToen ik de 30.000 mensen zag die zich in Rotterdam hadden verzameld om ons te onthalen en het team op de Coolsingel werd herenigd, kon ik het niet meer droog houden. Wat was er veel gebeurd de afgelopen 48 uur! Snel werden de teamshirts aangetrokken en het reuzendoek uitgevouwen met daarop de logo's van Thieme GrafiMedia Groep en Kobalt, onze werkgevers en hoofdsponsors. Klaar voor de laatste paar meter en de op ons gerichte camera's en reikhalzende ogen van familieleden, vrienden en collega's. En daar gingen we. Als één man de finish over. Team 68, een topteam!
Irenka van den Hout
NawoordGraag wil ik namens team 68 een woord van dank uitspreken aan alle mensen en bedrijven die onze deelname aan de Roparun 2009 mogelijk hebben gemaakt. In de eerste plaats onze hoofdsponsors en werkgevers Thieme GrafiMedia Groep en Kobalt. In de tweede plaats: de bedrijven Agfa, Albert Heijn, Athlon, Broadcastyourbusiness, Compri, CW Textielbewerking, Dynamic People, Interactief Mediahuis, Kodak, Koldenhof Grafimedia Expertise, Komori International Europe, Mekes Graphic Machinery, Möller Martini, Océ, Pointlogic, Q.I. Press Controls, RMC Personenvervoer, Thieme Print4U, TVworkshop.nl en Wifac. Bert Bril van VDL ETG te Almelo en Peter Christenhusz van Rotonde te Delden waren zo vriendelijk ons portofoons te leden ten behoeve van de communicatie tussen de busjes onderling en de busjes en de voorfietsers. In de derde maar zeker niet de laatste plaats: alle familieleden, vrienden en collega's van team 68 die ons financieel en moreel hebben ondersteund. Super tof dat jullie er voor ons waren! Zonder jullie hadden we deze prestatie niet neer kunnen zetten.
Onvermeld in het hierboven staande is de enorm goede sfeer die er heerste tussen de aan de Roparun deelnemende teams. We gingen lange stukken van de route gelijk op met een aantal andere teams. Daarbij was sprake van een gezonde dosis competitie maar ook veel waardering en respect over en weer. Dat is alleen mogelijk tijdens een goed georganiseerd evenement. De organisatie achter de Roparun wil ik hier dus lof toezwaaien voor alle goede zorgen en de strakke planning.
Tot slot wil ik hier mijn dank uitspreken voor de chauffeurs Harm Tersteeg en Paul Krijgsman. Door het steeds opnieuw vinden van geschikte wisselplaatsen hebben zij voorkomen dat de lopers onnodig veel kilometers te verwerken kregen. Lenard Wolters en Peter Roes verdienen mijn bewondering. Als voorfietser en kaartlezer hebben zij allebei de helft van het Roparun-traject afgelegd, 265 kilometer. Een niet geringe prestatie!